Uitgelicht

We zijn niet boos, alleen teleurgesteld

EN TOEN spuwde ze mijn man als een volleerd straatjoch voor de voeten. Dat ging zo. Jasmijn huppelde in haar blote kleuterkont door de badkamer, terwijl ze een halfjuiste tekst van K3 kwetterde. En in dezelfde beweging deed ze een serieuze poging om op de schoenen van haar papa te rochelen. Zomaar, uit het niets.

Toen de laatste druppel spuugsel de grond raakte viel er een doodse stilte. Mijn man keek me met grote ogen aan. We dachten allebei hetzelfde: ‘What the fuck is dit? Heeft ze wellicht op school geleerd. Voor je het weet doet ze het met mijn grootmoeder op het Kerstfeest, en ons gezin is nu al veruit het meest anarchistische van de familie.’ En dus werd de gargouille in kwestie voor het eerst in haar leven in de hoek gezet. Ze was zelfs te verbouwereerd om te huilen.

Help, ik straf

Wat ze niet zag was hoe wij achter haar rug googelden hoe lang we haar daar moesten laten staan. We hadden namelijk geen flauw idee.

Die dag deed het concept Straf zijn intrede in ons tot dan toe perfect harmonieuze gezinnetje. Opvoeden voor gevorderden. Een snelle rondvraag in mijn vriendenkring bevestigde mijn buikgevoel: we waren vertrokken voor een jarenlange wandeling door een woest mijnenveld. En er was geen back-upplan.

20170719_154100
Dit, maar dan in de fundering van ons nieuwe huis. Praktisch maar wellicht wat drastisch.

Om te beginnen ken ik niemand die thuis het juiste voorbeeld heeft gehad qua strafmaat of –systeem. In de jaren negentig werd er ofwel staalhard opgetreden: roepen, huisarrest, tickets voor zomerfestivals verscheurd (dat kon toen nog) en af en toe eens een tik van de trouwring (dat kon toen ook nog). Ofwel nogal terughoudend, zoals bij mij thuis: ‘Jongen, zou je dat nu wel doen, je snorfiets opvoeren tot ie net geen honderd kan?’. Verder werd bij ons thuis vooral de pijnlijk doeltreffende techniek van ‘we zijn niet boos, alleen teleurgesteld’ gebruikt. Maar die werkt natuurlijk nog niet bij een spuwende kleuter van drie.

Eén twee drie

En dus zijn mijn man en ik sindsdien druk in de weer met het afbakenen van onze autoriteit. Dat lukt bij hem beter dan bij mij. Hij is dan ook de netmanager van pakweg 70 creatieve bollebozen, terwijl ik zelfs mezelf niet gemanaged krijg. Ik zal zelfs nog eerlijker zijn: ik blijk een behoorlijk luie opvoeder te zijn. ‘Ja, ze heeft vanmiddag al ijs gehad, maar wat maakt dat nu eigenlijk uit, geef dat kind nog een lolly als ze wil, we leven maar één keer.’ Altijd een slecht plan, want Jasmijn is zo’n beetje de vakbond: voor je het weet zijn ijsje én lolly voor eeuwig een verworven recht waar niet meer over onderhandeld kan worden.

Mijn systeem heet ‘Eén Twee Drie’. Stel: Jasmijn gooit de verpakking van haar derde lolly van de dag op de grond. Dan krijgt ze een waarschuwing. Je hoort jezelf plots, als een nostalgische echo van je eigen ouders, zeggen: ‘Je gaat dat papiertje oprapen, of je gaat in de hoek!’. Als ze dan niet luistert tel ik rustig tot drie. En oh wonder, tegen tel twee heeft Jasmijn meestal haar plicht vervuld. Voorlopig toch nog.

20170712_182811
Alternatieve straf: haar laten watertanden bij Masterchef, en tegelijk diepvrieskost voorschotelen.

En anders de hoek in. Eén minuut per levensjaar, leerde Google ons. (Vrouwtjes van honderd kunnen zich dus maar beter gedragen in het rusthuis, één of twee misstappen en je bent een hele voormiddag kwijt!) En als die lange minuten voorbij zijn even apart nemen en herhalen waarom ze gestraft werd. Traantjes drogen indien nodig. Ook bij jezelf.

Samen straffer

Maar Jezus zeg, wat vermoeiend, al dat negotiëren, dat voortdurende afwegen van dreigementen en beloningen. De fouten die je maakt. De flashbacks naar hoe je ouders het toch soms ook compleet niet geweten moeten hebben. En tegelijk zo onwaarschijnlijk boeiend om dat tandeloze engeltje te zien veranderen in een boefje met een eigen wil en een spuwvermogen waar ik jaloers op ben. Hoe ze grenzen test, haar omgeving (en vooral mij) probeert te manipuleren, soms met een briljante geslepenheid.

Er bestaan vast dikke handboeken of Youtube-cursussen over hoe je een opgroeiend kind gaandeweg grenzen aanleert, maar zoals ik al zei: ik ben een luie opvoeder. Dus laten we elkaar helpen. Welke aanvaardbare straffen gebruik(te) jij bij je kleuter? Hoe leer je je spruit het best waar grenzen van beleefdheid, veiligheid of wenselijkheid liggen? Laat je ultieme tip hieronder achter of mail naar tom@entoen.be, en dan vind je hier binnenkort een handig lijstje terug! Je moest al bezig zijn. Eén… Twee…

20170726_171512
Omdat achterlaten in het bos toch ook niet meer van deze tijd is.

Piet te zwart? Sint te wit!

EN TOEN was ze oud genoeg voor poppen. Ze heeft er intussen een stuk of vier, en ze heten allemaal Baby. Lekker makkelijk. Een halfuur kopje onder in bad, naakt en ondersteboven in de poppenwagen mee naar de Carrefour: de Baby’s laten het zich allemaal welgevallen, en Jasmijn ontwikkelt langzaam maar zeker een ravissant moederhart, om bij weg te smelten.

Ethnic my ass

Toch is er ook een zure kant aan die poppen. Eén van de vier is bruin. Bijna exact hetzelfde bruin als mijn dochter zelf, kijk maar:

ILLU pop bruin.jpg
Waterboarding. Hobby van d’r.

De Zapf Baby Born badpop. Een klassieker. Ze bestaat in drie huidskleuren: blank, lichtbruin en donkerbruin. Ik had ze snelsnel gekocht voor Jasmijns tweede verjaardag, zonder echt naar de verpakking te kijken. Ik was al blij dat ik ongeveer haar evenbeeld had gevonden. Bruine Baby was meteen haar beste maatje, iedereen blij.

Het was dus pas deze week dat me iets opviel, toen ik met Jasmijn in de lokale Fun tussen de poppen naar accessoires voor Bruine Baby aan het zoeken was. Daar stonden ze, zusterlijk naast elkaar in hun doorkijkdoos: zelfde poppen, drie verschillende huidtinten. Ik moest even met mijn ogen knipperen toen ik het volgende opmerkte. Op de verpakking van de witte pop staat niks, alleen het merk. Op de verpakking van Jasmijns kleurtje staat in vette roze letters: ETHNIC.

ILLU pop ethnic.jpg
What. The. Fuck. Gelukkig wel allebei €49,99.

Dus, meneer Zapf. Blank is de neutrale standaard? En de huidskleur van mijn dochter is “etnisch”? Wat research leert dat ook Bart Smit en Bol.com – net als wellicht vele anderen – de pop expliciet als “ethnic” labelen. Even naar vandale.be:

et·nisch (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord) wat een volk betreft; volkenkundig”

De pop met de huidskleur van mijn dochter is helemaal niet etnisch. Of net wel: álle poppen zijn namelijk etnisch. Ze hebben qua voorkomen en kleur allemaal hun wortels in een bepaald volk, of dat nu blank, groen of zwart is. Dus die schattige fuchsia lettertjes “ethnic” zijn op zijn minst bedenkelijk. En in het slechtste geval zelfs gewoon racisme.

Play right, play white?

En dat is nog maar het topje van de ijsberg. Dit is hoe poppenafdelingen bij grote speelgoedketens er gemiddeld uitzien:

 

ILLU poppen wit.jpg
Ik was die rare fotograferende poppenfestisjist in je favoriete speelgoedwinkel, sorry.

Wit, wit, wit zover het oog reikt. Als je dat rare poppen-oranje al wit kan noemen, overigens. Er zijn een paar gebronzeerde Barbies, maar die koop je dan weer niet omdat je kind de dag erna een wespentaille wil. Over het algemeen is blank dus de maatstaf. In de meeste mainstreamketens is de Ethnic-pop van Zapf zielig genoeg één van de weinige alternatieven. Gelukkig zijn er een pak kleinere speelgoedwinkels waar duidelijk wel aankopers met realiteitszin werken. In den Olifant in Antwerpen, bijvoorbeeld. Of ’t Bazarke in Mortsel, waar ze een mooie collectie poppen van Corolle hebben, die in alle huidskleuren bestaan.

Met december in aantocht vallen ook de vuistdikke catalogi in de bus. ’t Dikke Speelgoedboek van Bart Smit bijvoorbeeld. 141 kinderen staan er in die folder, in allerlei fasen van extase spelend met de laatste nieuwe gadgets (geen nood, ik heb dat niet geteld op kosten van de belastingbetaler, ik heb me een week thuis zitten vervelen met bronchitis). Van die 141 kindmodellen zijn er met veel goeie wil dertien niet blank. En dan zie ik er een paar door de vingers bij wie het gewoon zonnebank zou kunnen zijn.

ILLU pop babybedje.jpg
“Plak een stickertje bij alles dat je graag van de Sint wil krijgen, schattie!”

Of deze, van de website van – toevallig, want ze zijn heus niet alleen – dezelfde keten. Zes mooie donkerbruine poppen, met hippe kleren. En toch maakt Bart Smit ervan: “Vrolijke houten poppenfamilie uit Afrika.” Waarom moet dat nou weer? Bij blanke poppen staat toch ook niet dat ze uit Oostende of New York komen? Die bruine poppen kunnen toch net zo goed Tim en Larissa van om de hoek zijn?

ILLU pop bartsmit.jpg
Vrolijk. Dat vond mijn oma zaliger ook van de Congoleesjes op de Wereldtentoonstelling van 1958.

In de omschrijving maakt Bart Smit het nog ranziger, want die begint met “Heb jij nog plaats in het poppenhuis voor deze gezellige familie?” Nee, natuurlijk niet, Bart Smit. Want in het poppenhuis wonen mijn witte poppen al, en die waren hier eerst, en vol is vol, dus weet je wat: dat ze het eens in Calais of Duinkerke proberen, die vrolijke houten poppenfamilie uit Afrika. Kom. Aan. Dudes. Jullie bedoelen dat vast niet slecht, maar dit is in 2016 toch gewoon fout?

Tijd voor de volgende stap

Kortom: is dit wat Sinterklaas gaat brengen, in december? Een schoentje vol hypertraditionele wereldbeelden? Vooroordelen in kinderformaat, een hopeloos achterhaalde zucht naar de uniforme maatschappij van de fifties, die noch de generatie van jonge ouders noch hun nageslacht ooit gekend zullen hebben?

Vergis je niet: zo’n Bart Smit of Fun levert natuurlijk gewoon wat wij, de klant, vragen. Dus Sinterklaas, als u dit leest: steek de hand even in eigen boezem.

We hébben gekleurd en divers speelgoed, da’s stap één. Goed zo. Al mag het nog wat meer zijn. Stap twee is dat we er met z’n allen effe normaal over gaan doen. In deze grote, boze wereld méér dan ooit. Zelfs als dat een beetje pijn doet aan onze tradities. Anders zou de kloof tussen waar onze kinderen nu mee spelen, en wat ze later op school, bij de kruidenier en in de spiegel zien wel ’s pijnlijk groot kunnen blijken…

Help, mijn peuter is sociaal!

EN TOEN kon je mijn piemel zien. Ik kon echt aan niks anders denken. We kenden elkaar ongeveer één minuut. Toch hielpen we elkaars nageslacht op en af de glijbaan in het publieke peuterzwembad van Schoten. Ik: witte bonenstaak, roze tepels, manboobs en een beginnend buikje, waardoor de elastiek van mijn Björn Borg-speedo steeds omplooide. Zij: mooie vrouw van midden twintig, Rubensiaanse rondingen onder haar bescheiden badpak. Haar man: uitvoerig betatoeëerde boom met een ringbaardje, net als ik duidelijk compleet verkrampt in zijn verplicht minuscule sportzwembroekje. Wie heeft die hele kutregel toch ook ooit uitgevonden?

Tegenwoordig zwaait Jasmijn naar alles en iedereen, en zelfs de diepdroevigste sociaal apathische outcasts van ’t Stad kunnen niet anders dan terugzwaaien.

We stonden tot net boven onze enkels in het water (nu ja: kinderpis, neem ik aan). We voelden ons alle drie zweterig en lelijk, tijdens het uitwisselen van beleefdheden als ‘Amai, die mannekes gaan goed slapen!’, ‘Maar wij ook hoor!’ en ‘Hahaha!’. Ooit hadden we nog liever hondentestikels gegeten dan daar in die horrorbroekjes met al onze vormen zichtbaar te staan. Maar hun tweeling en mijn Jasmijn renden gillend achter elkaar aan, en dus slikten we onze trots door. We zouden elkaar toch nooit meer terugzien. Tenminste, ik hén niet, maar zij mij duidelijk wel, want ze hadden al na drie minuten door dat ik niet de meest alledaagse job heb. Awkwardness overload.

Het is in de voorbije twee jaar sluipend gegaan. Vroeger zou ik zwijgend naar mijn telefoon gekeken hebben terwijl de kassier in de Colruyt mijn boodschappen van de ene kar naar de andere verstouwde. Vandaag liet hij Jasmijn met zijn barcode-pistool spelen, en lachten we samen een potje. Ook toen bleek dat de rekening 196 euro bedroeg (dank u, Pampers en Nestlé).

Ik heb jaren met mijn neus naar de grond rondgelopen in Antwerpen-Noord, meestal in de hoop dat de junks en weirdo’s me met rust zouden laten. Tegenwoordig zwaait Jasmijn naar alles en iedereen, en zelfs de diepdroevigste sociaal apathische outcasts van ’t Stad kunnen niet anders dan terugzwaaien, tandenloos glimlachend. Sommigen knopen een praatje aan. Eerst in de universele taal van lachen en handgebaren met haar, dan in hun gebroken Engels met mij.

Die vanzelfsprekende manier waarop een baby je opnieuw dichter bij je ouders en familie brengt. Of ervoor zorgt dat je op een doordeweekse middag met je schoonzus indiaangewijs door de keuken huppelt.

Het badkamerraampje van onze achterburen kijkt uit over ons terras. Voor Jasmijn er was wisselde ik hooguit eens een glimlach uit met het bejaarde vrouwtje dat haar hoofd er occasioneel door naar buiten steekt. Sinds Jasmijn gisteren een halfuur met haar brabbelde, weet ik dat ze Raymonde heet, en 89 is, en ongeveer elk huis in onze straat heeft weten bouwen. En dat ze bovenop haar wc moet gaan staan om haar hoofd ver genoeg uit het raampje te krijgen.

De tientallen onwaarschijnlijke contacten die ik heb overgehouden aan de hele adoptieprocedure. Spoorarbeiders, historici, floristen, moordrechercheurs. Zou ik zonder Jasmijn nooit ofte nimmer zijn tegengekomen, laat staan dat er wederzijdse appreciatie ontstaan zou zijn. De gemoedelijke sfeer die er heerst wanneer ik hier op de hoek van de straat met Jasmijn de apotheek binnenloop. De koetjes en kalfjes die je uitwisselt op de tram omdat mensen iets over je kind vragen. Die vanzelfsprekende manier waarop een baby je opnieuw dichter bij je ouders en familie brengt. Of ervoor zorgt dat je op een doordeweekse middag met je schoonzus indiaangewijs door de keuken huppelt, omdat je dochter dat hilarisch vindt.

En dan moet het wachten aan de schoolpoort met andere mama’s en papa’s nog komen, volgend jaar. En de ontmoeting met haar eerste lief, een paar weken later.

Het was altijd mijn ambitie om Jasmijn alles te tonen en door te geven wat mijn wereld haar te bieden heeft. Alleen had ik er geen rekening mee gehouden dat ze zo actief en zo gepassioneerd net hetzelfde zou doen. Ik verleg elke dag grenzen, omdat zij me dwingt. Ik voed mijn dochter op, en zij mij. En we hebben allebei nog genoeg te leren om daar de rest van ons leven zoet mee te zijn.