Uitgelicht

Netflixknop

En toen viel ik bijna dood over een afgedankt tv-toestel in een keldergang van de VRT. Geen ongewoon zicht, maar deze keer bleef ik staan. Een flashback. Kleine Tom-vol-puisten, die elke dag zijn spaarcenten telde, in de hoop ooit dat ene, iconische teeveetje van Philips te kunnen kopen. Met een kleurenscherm en – hallelujah – een ingebouwde videorecorder. Op af-stands-be-die-ning! Dat leek me toen een soort toegangsticket tot de hemel. Maar nu ik in die anonieme VRT-gang precies hetzelfde toestel tegenkwam, twintig jaar later, moest ik lachen.

Digital Natives? Passé!

Het contrast tussen kleine Tom-met-flapoortjes en mijn dochter kon niet groter zijn. Jasmijn is vier, en zal nooit in die glossy papieren catalogus bladeren, smachtend naar analoge beeldbuisbrol. Niet omdat ze rotverwend is, maar omdat ze tot een generatie behoort die je zelfs niet meer gewoon digital native kan noemen. Dat is een woord voor tieners en twintigers. De jonkies die vandaag geboren worden: die gaan ons pas écht verbazen. En ik vind dat je daar heel weinig over hoort of leest. De echte revolutie loopt rond op de kleuterspeelplaats. En met wat geluk wordt het de eerste generatie die er géén zooitje van maakt.

Alles digitaal

Het gaat veel verder dan ‘het internet is overal’. Onze kleuters groeien op in een spannend oerwoud waar elk oppervlak interactief kan zijn. Tv, computer, tablet, smartphone, digitaal speelgoed, smartboards, reclameborden; zelfs mijn autoradio is een halve cinema. Wat er op die schermen te zien is, volgt je naadloos van toestel naar toestel. Bumba is overal. Al die led-panelen en projecties vormen samen één grote, digitale omgeving.

BOEK
Soms leest ze ook gewoon een boek over astrofysica hoor.

Is dat een probleem? Je las al eerder dat ik vind van niet als het gaat over apps en smartphones, maar eigenlijk was dat in-hokjes-van-2016 denken. De toekomst ziet er anders uit.

Alles altijd overal

Sinds kort hangt er bij ons thuis (pas op, #reclame) een heerlijk glimmende LG OLED-tv aan de muur. En de liefde van het hele gezin is groot. Flinterdun, een scherm zo groot als de keukentafel, met een beeldkwaliteit waar je van in je arm knijpt. Een minimalistische, ingebouwde soundbar met surroundgeluid waar je letterlijk van omkijkt. Een wonderlijk staaltje techniek. Maar dat zijn details. Wat telt is: het is mijn eerste tv die geen tv meer is, maar een smartphone voor reuzen.

LG TV
Dat is ‘m 😍😍😍.  Het mooie is: je kan er ook inhoud op afspelen die niet van de openbare omroep komt. Maar wel op eigen risico. Oh en die muur en die verf, dat komt goed hoor.

Hij bulkt van de apps: je kan er beter Youtube op kijken dan op de beste pc. De afstandsbediening is een soort hyperaccurate computermuis, compleet mét een heerlijke Netflix-knop, die elke keer zo verleidelijk naar me lacht dat ik steeds minder geneigd ben om verder te zappen naar een echte tv-zender. En ik ben niet de enige thuis.

Ik denk niet dat Jasmijn weet wat een programmagids is, of begrijpt dat Ketnet elke dag eerst Bumba en dan Uki, Musti en Simon uitzendt – in die volgorde, en op een vast uur. Voor haar is Simon, haar lievelingskonijn, iets dat op bestelling uit eender welk toestel met een scherm komt. Inhoud is iets dat het ritme van je leven volgt. Die tv luistert naar jou, en niet omgekeerd.

“De kans is groot dat ze later hoofdschuddend gaat bulderlachen als ik haar uitleg dat in mijn tijd het zevenuurjournaal ook effectief om zeven uur begon.”

Generation no stress?

En toch. Misschien dat Jasmijn en haar vrienden al die technologie zo evident gaan vinden, dat ze er ook niet echt meer in geïnteresseerd zijn. Ik vond het als kind een Star Wars-achtige ervaring om de eerste keer op straat te bellen. Ik was zelfs nog onder de indruk van (hou je vast) cd-i’s en snake.  Doordat mijn generatie die technologie heeft zien ontstaan, is er ook een soort van dwangmatige nieuwsgierigheid naar het laatste nieuwe model smartphone gegroeid.

JBC TV.jpg
Gaan shoppen? Even swipen tussen twee pasbeurten door. Ah ja.

Maar Jasmijn? Die vindt technologie, ook de laatste nieuwe, een evidentie, iets dat bijna tot haar natuur en onderbewustzijn behoort. Water uit de kraan. Ze zet nu al regelmatig zelf de tablet uit met de woorden ‘Nu gaan we spelen hé, vake!’ Dat zou kleine Tom-met-het-foute-haar nooit met zijn Gameboy gedaan hebben.

Stel je dat voor: een generatie digital natives 2.0 die niet meer zoals wij worstelt met die voortdurende stortvloed van prikkels, maar zich er kiplekker bij voelt en er slim mee omspringt. Nooit meer digitaal detoxen. Jasmijn pikt er gewoon uit wat ze nodig heeft, en haalt bij de rest haar schouders op. Zou het kunnen dat dat zo blijft? Het kan beide kanten op. In tussentijd pakken ze mij die Netflix-knop toch niet meer af.

FIETSEN
Speciaal voor Kind & Gezin: nóg een foto waarop Jasmijn niet voor tv zit.

 

 

 

Piet te zwart? Sint te wit!

EN TOEN was ze oud genoeg voor poppen. Ze heeft er intussen een stuk of vier, en ze heten allemaal Baby. Lekker makkelijk. Een halfuur kopje onder in bad, naakt en ondersteboven in de poppenwagen mee naar de Carrefour: de Baby’s laten het zich allemaal welgevallen, en Jasmijn ontwikkelt langzaam maar zeker een ravissant moederhart, om bij weg te smelten.

Ethnic my ass

Toch is er ook een zure kant aan die poppen. Eén van de vier is bruin. Bijna exact hetzelfde bruin als mijn dochter zelf, kijk maar:

ILLU pop bruin.jpg
Waterboarding. Hobby van d’r.

De Zapf Baby Born badpop. Een klassieker. Ze bestaat in drie huidskleuren: blank, lichtbruin en donkerbruin. Ik had ze snelsnel gekocht voor Jasmijns tweede verjaardag, zonder echt naar de verpakking te kijken. Ik was al blij dat ik ongeveer haar evenbeeld had gevonden. Bruine Baby was meteen haar beste maatje, iedereen blij.

Het was dus pas deze week dat me iets opviel, toen ik met Jasmijn in de lokale Fun tussen de poppen naar accessoires voor Bruine Baby aan het zoeken was. Daar stonden ze, zusterlijk naast elkaar in hun doorkijkdoos: zelfde poppen, drie verschillende huidtinten. Ik moest even met mijn ogen knipperen toen ik het volgende opmerkte. Op de verpakking van de witte pop staat niks, alleen het merk. Op de verpakking van Jasmijns kleurtje staat in vette roze letters: ETHNIC.

ILLU pop ethnic.jpg
What. The. Fuck. Gelukkig wel allebei €49,99.

Dus, meneer Zapf. Blank is de neutrale standaard? En de huidskleur van mijn dochter is “etnisch”? Wat research leert dat ook Bart Smit en Bol.com – net als wellicht vele anderen – de pop expliciet als “ethnic” labelen. Even naar vandale.be:

et·nisch (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord) wat een volk betreft; volkenkundig”

De pop met de huidskleur van mijn dochter is helemaal niet etnisch. Of net wel: álle poppen zijn namelijk etnisch. Ze hebben qua voorkomen en kleur allemaal hun wortels in een bepaald volk, of dat nu blank, groen of zwart is. Dus die schattige fuchsia lettertjes “ethnic” zijn op zijn minst bedenkelijk. En in het slechtste geval zelfs gewoon racisme.

Play right, play white?

En dat is nog maar het topje van de ijsberg. Dit is hoe poppenafdelingen bij grote speelgoedketens er gemiddeld uitzien:

 

ILLU poppen wit.jpg
Ik was die rare fotograferende poppenfestisjist in je favoriete speelgoedwinkel, sorry.

Wit, wit, wit zover het oog reikt. Als je dat rare poppen-oranje al wit kan noemen, overigens. Er zijn een paar gebronzeerde Barbies, maar die koop je dan weer niet omdat je kind de dag erna een wespentaille wil. Over het algemeen is blank dus de maatstaf. In de meeste mainstreamketens is de Ethnic-pop van Zapf zielig genoeg één van de weinige alternatieven. Gelukkig zijn er een pak kleinere speelgoedwinkels waar duidelijk wel aankopers met realiteitszin werken. In den Olifant in Antwerpen, bijvoorbeeld. Of ’t Bazarke in Mortsel, waar ze een mooie collectie poppen van Corolle hebben, die in alle huidskleuren bestaan.

Met december in aantocht vallen ook de vuistdikke catalogi in de bus. ’t Dikke Speelgoedboek van Bart Smit bijvoorbeeld. 141 kinderen staan er in die folder, in allerlei fasen van extase spelend met de laatste nieuwe gadgets (geen nood, ik heb dat niet geteld op kosten van de belastingbetaler, ik heb me een week thuis zitten vervelen met bronchitis). Van die 141 kindmodellen zijn er met veel goeie wil dertien niet blank. En dan zie ik er een paar door de vingers bij wie het gewoon zonnebank zou kunnen zijn.

ILLU pop babybedje.jpg
“Plak een stickertje bij alles dat je graag van de Sint wil krijgen, schattie!”

Of deze, van de website van – toevallig, want ze zijn heus niet alleen – dezelfde keten. Zes mooie donkerbruine poppen, met hippe kleren. En toch maakt Bart Smit ervan: “Vrolijke houten poppenfamilie uit Afrika.” Waarom moet dat nou weer? Bij blanke poppen staat toch ook niet dat ze uit Oostende of New York komen? Die bruine poppen kunnen toch net zo goed Tim en Larissa van om de hoek zijn?

ILLU pop bartsmit.jpg
Vrolijk. Dat vond mijn oma zaliger ook van de Congoleesjes op de Wereldtentoonstelling van 1958.

In de omschrijving maakt Bart Smit het nog ranziger, want die begint met “Heb jij nog plaats in het poppenhuis voor deze gezellige familie?” Nee, natuurlijk niet, Bart Smit. Want in het poppenhuis wonen mijn witte poppen al, en die waren hier eerst, en vol is vol, dus weet je wat: dat ze het eens in Calais of Duinkerke proberen, die vrolijke houten poppenfamilie uit Afrika. Kom. Aan. Dudes. Jullie bedoelen dat vast niet slecht, maar dit is in 2016 toch gewoon fout?

Tijd voor de volgende stap

Kortom: is dit wat Sinterklaas gaat brengen, in december? Een schoentje vol hypertraditionele wereldbeelden? Vooroordelen in kinderformaat, een hopeloos achterhaalde zucht naar de uniforme maatschappij van de fifties, die noch de generatie van jonge ouders noch hun nageslacht ooit gekend zullen hebben?

Vergis je niet: zo’n Bart Smit of Fun levert natuurlijk gewoon wat wij, de klant, vragen. Dus Sinterklaas, als u dit leest: steek de hand even in eigen boezem.

We hébben gekleurd en divers speelgoed, da’s stap één. Goed zo. Al mag het nog wat meer zijn. Stap twee is dat we er met z’n allen effe normaal over gaan doen. In deze grote, boze wereld méér dan ooit. Zelfs als dat een beetje pijn doet aan onze tradities. Anders zou de kloof tussen waar onze kinderen nu mee spelen, en wat ze later op school, bij de kruidenier en in de spiegel zien wel ’s pijnlijk groot kunnen blijken…

Opvoeden zonder apps? Niet doen.

EN TOEN kon ze swipen. Het duurde een jaar voor Jasmijn mijn Samsung eindelijk niet meer uitsluitend zag als een aangenaam afgerond ding om op te kwijlen en kauwen. Dat liet ik haar overigens niet echt doen, want zo’n zichzelf richting een meter tachtig celdelende baby en straling: die houd je best een eindje uit elkaar. Boerenverstand. Maar zodra ze begreep dat er een hele wereld van kleuren, pratende poesjes en K3 in dat malle apparaat zat, was het niet meer uit haar dagelijkse speelarsenaal weg te denken. ‘Boe, slechte vader!’ roept de goegemeente nu. Dikke onzin: dood aan de anti-technologielobby! Wie opvoedt zonder apps, slaat een deel van de leercurve over.

Spring hier rechtstreeks naar Jasmijns lijstje van favoriete apps.


Bestiale porno

Tenzij je in een commune woont of met een Daihatsu Move rijdt (of allebei, dan mag je dit artikel integraal overslaan), ziet je kind je al van in de wieg om de drie minuten je mail checken of de zoveelste babyfoto op Facebook zetten. Op school komt er vandaag al geen krijtje meer aan te pas, en stilaan wordt in het onderwijs en de meeste bedrijfstakken een goed evenwicht gevonden tussen zelf denken en googelen.

Kortom: of je dat nu leuk vindt of niet, digibeten worden wellicht geen eerste minister in 2050.

Dat hoeft allemaal zo erg niet te zijn. Ontwikkelingspsychologen zijn het erover eens (heb ik onthouden uit een debat met o.a. de befaamde kinderpsychiater Peter Adriaenssens in 2015) dat spelend leren op een tablet je kind alleen maar ten goede komt. Niet als je het zes uur lang naar bestiale porno laat surfen, wel als je het met de juiste apps gedoseerd laat experimenteren. Niet als je het op restaurant in een hoek parkeert met je telefoon, om niet gestoord te worden bij het derde digestief, maar wel als je samen op ontdekkingstocht gaat.

1995-move-11
Daihatsu Move (ware grootte)

Verliefd op een poes

Jasmijn vond het al vroeg grappig om naar filmpjes van zichzelf te kijken, of samen selfies te maken. Tegen de tijd dat ze anderhalf was kon ze door de foto’s op mijn smartphone swipen, en wist ze dat het goed nieuws was als er een pijltje verscheen, want als ze daarop duwde begon er een filmpje te spelen.

Daarna werd ze verliefd op de sprekende poes Talking Tom, die met een piepstemmetje alles herhaalt wat je zegt, en die je vooral ook tegen de grond kan meppen met een paar welgemikte vingerbewegingen. Gierende pret.

Als ik je een tip mag geven: koop die app effe voor die paar schamele euro’s, je uk kan nog niet like a boss reclame wegklikken zoals jij en ik.

Zesduizend pizza’s aub

Hoewel mijn man uitbater is van de grootste kinderzender van Vlaanderen, liet Jasmijn lineaire televisie al snel links liggen. Door samen op Youtube rond te klikken leerde ze zelf kiezen wat ze wou zien. Ze ontdekte door observatie dat ze mijn smartphone of iPad moest kantelen om beter te kunnen zien. En als het haar niet aanstond, wist ze dat ze op die ene zwarte knop onderaan moest duwen, zodat ze een andere app kon uitzoeken. Het werd een heerlijk spel van trial en error.

Uiteraard neem je je voorzorgen. Je zet je apparaat in vliegtuigmodus, zo kunnen er geen ongelukken gebeuren met je opgeslagen Visa-gegevens – voor je het weet heb je zesduizend pizza’s besteld. Je Ipad heeft een blokkeerstand (drie keer op de homeknop duwen) zodat je peuter niet meer uit de openstaande app geraakt. Je Samsung heeft een fantastische Kids-stand: je gsm wordt een kindertelefoon, met een eigen homescreen en een selectie aan aangepaste apps. Goed voor uren schadeloos ravotten.

2015-09-27 12.10.27
Zappen op tv? Dat doet ze door op te staan en over het scherm te vegen. Ik volg haar commando’s met de afstandsbediening, vanuit de sofa.

Hier vind je een lijstje van Jasmijns favoriete apps voor tablet en smartphone.