Uitgelicht

We zijn niet boos, alleen teleurgesteld

EN TOEN spuwde ze mijn man als een volleerd straatjoch voor de voeten. Dat ging zo. Jasmijn huppelde in haar blote kleuterkont door de badkamer, terwijl ze een halfjuiste tekst van K3 kwetterde. En in dezelfde beweging deed ze een serieuze poging om op de schoenen van haar papa te rochelen. Zomaar, uit het niets.

Toen de laatste druppel spuugsel de grond raakte viel er een doodse stilte. Mijn man keek me met grote ogen aan. We dachten allebei hetzelfde: ‘What the fuck is dit? Heeft ze wellicht op school geleerd. Voor je het weet doet ze het met mijn grootmoeder op het Kerstfeest, en ons gezin is nu al veruit het meest anarchistische van de familie.’ En dus werd de gargouille in kwestie voor het eerst in haar leven in de hoek gezet. Ze was zelfs te verbouwereerd om te huilen.

Help, ik straf

Wat ze niet zag was hoe wij achter haar rug googelden hoe lang we haar daar moesten laten staan. We hadden namelijk geen flauw idee.

Die dag deed het concept Straf zijn intrede in ons tot dan toe perfect harmonieuze gezinnetje. Opvoeden voor gevorderden. Een snelle rondvraag in mijn vriendenkring bevestigde mijn buikgevoel: we waren vertrokken voor een jarenlange wandeling door een woest mijnenveld. En er was geen back-upplan.

20170719_154100
Dit, maar dan in de fundering van ons nieuwe huis. Praktisch maar wellicht wat drastisch.

Om te beginnen ken ik niemand die thuis het juiste voorbeeld heeft gehad qua strafmaat of –systeem. In de jaren negentig werd er ofwel staalhard opgetreden: roepen, huisarrest, tickets voor zomerfestivals verscheurd (dat kon toen nog) en af en toe eens een tik van de trouwring (dat kon toen ook nog). Ofwel nogal terughoudend, zoals bij mij thuis: ‘Jongen, zou je dat nu wel doen, je snorfiets opvoeren tot ie net geen honderd kan?’. Verder werd bij ons thuis vooral de pijnlijk doeltreffende techniek van ‘we zijn niet boos, alleen teleurgesteld’ gebruikt. Maar die werkt natuurlijk nog niet bij een spuwende kleuter van drie.

Eén twee drie

En dus zijn mijn man en ik sindsdien druk in de weer met het afbakenen van onze autoriteit. Dat lukt bij hem beter dan bij mij. Hij is dan ook de netmanager van pakweg 70 creatieve bollebozen, terwijl ik zelfs mezelf niet gemanaged krijg. Ik zal zelfs nog eerlijker zijn: ik blijk een behoorlijk luie opvoeder te zijn. ‘Ja, ze heeft vanmiddag al ijs gehad, maar wat maakt dat nu eigenlijk uit, geef dat kind nog een lolly als ze wil, we leven maar één keer.’ Altijd een slecht plan, want Jasmijn is zo’n beetje de vakbond: voor je het weet zijn ijsje én lolly voor eeuwig een verworven recht waar niet meer over onderhandeld kan worden.

Mijn systeem heet ‘Eén Twee Drie’. Stel: Jasmijn gooit de verpakking van haar derde lolly van de dag op de grond. Dan krijgt ze een waarschuwing. Je hoort jezelf plots, als een nostalgische echo van je eigen ouders, zeggen: ‘Je gaat dat papiertje oprapen, of je gaat in de hoek!’. Als ze dan niet luistert tel ik rustig tot drie. En oh wonder, tegen tel twee heeft Jasmijn meestal haar plicht vervuld. Voorlopig toch nog.

20170712_182811
Alternatieve straf: haar laten watertanden bij Masterchef, en tegelijk diepvrieskost voorschotelen.

En anders de hoek in. Eén minuut per levensjaar, leerde Google ons. (Vrouwtjes van honderd kunnen zich dus maar beter gedragen in het rusthuis, één of twee misstappen en je bent een hele voormiddag kwijt!) En als die lange minuten voorbij zijn even apart nemen en herhalen waarom ze gestraft werd. Traantjes drogen indien nodig. Ook bij jezelf.

Samen straffer

Maar Jezus zeg, wat vermoeiend, al dat negotiëren, dat voortdurende afwegen van dreigementen en beloningen. De fouten die je maakt. De flashbacks naar hoe je ouders het toch soms ook compleet niet geweten moeten hebben. En tegelijk zo onwaarschijnlijk boeiend om dat tandeloze engeltje te zien veranderen in een boefje met een eigen wil en een spuwvermogen waar ik jaloers op ben. Hoe ze grenzen test, haar omgeving (en vooral mij) probeert te manipuleren, soms met een briljante geslepenheid.

Er bestaan vast dikke handboeken of Youtube-cursussen over hoe je een opgroeiend kind gaandeweg grenzen aanleert, maar zoals ik al zei: ik ben een luie opvoeder. Dus laten we elkaar helpen. Welke aanvaardbare straffen gebruik(te) jij bij je kleuter? Hoe leer je je spruit het best waar grenzen van beleefdheid, veiligheid of wenselijkheid liggen? Laat je ultieme tip hieronder achter of mail naar tom@entoen.be, en dan vind je hier binnenkort een handig lijstje terug! Je moest al bezig zijn. Eén… Twee…

20170726_171512
Omdat achterlaten in het bos toch ook niet meer van deze tijd is.

Shit just got real

EN TOEN was er nog één taboe. Over werkelijk elk aspect van het prille ouderschap word je doodgemept met boeken, apps en meestal vrouwelijke collega’s die bol staan van het pedagogisch advies. Maar over één onderwerp hoor je niemand. Tot het te laat is. En dat moet stoppen. Dus spreek ik het hier voor het eerst luidop uit:

WAAR LAAT JE IN ‘S HEMELSNAAM JE KIND ALS JE DRINGEND MOET KAKKEN?

Wow, wow, niet lachen! Beeld je in dat je alleen thuis bent met een peuter van twee. Die heeft maar één minuut nodig om een My Little Pony door te slikken, je laptop als trampoline te gebruiken of door de brievenbus naar buiten te kruipen. En jij wil nu gewoon ’s effe vijf minuten rustig op die pot gaan zitten en je ding doen.

Potprivacy

Een zuigeling kan je nog immobiliseren, en slaapt bovendien driekwart van de dag. Maar een wandelend minimensje met een eigen willetje: wat doe je daarmee? Opsluiten of vastbinden zijn sociaal minder acceptabel. Er is maar één, schokkend antwoord: meenemen.

ILLU toiletpotje
De plaats van het onheil. Met aangepaste literatuur voor alle betrokkenen.

En zo, damesheren, werd Jasmijn De Cock de enige mens die mij op de porseleinen troon mag zien (en horen) zitten. Mijn man en ik hebben namelijk na elf jaar nog steeds de amoureuze woestijn van de openlijke ontlasting niet bereikt, en gelukkig maar. Als ik op de pot zit in de badkamer, komt er niemand in.

Maar Jasmijn dus wel. Toen ze nog in een wipper paste, kon ik haar desgewenst omdraaien, zodat ze niet recht in mijn ogen moest kijken terwijl ik allerlei aroma’s verspreidde. Later plantte ik haar midden in een berg speelgoed op de badkamervloer. Waarop mevrouw prompt naar de slecht sluitende badkamerdeur kroop, en die schaterlachend openduwde, zodat de overburen door het venster in de gang mee konden kijken naar die malle vader op zijn wc. De dag erna stond er een stevig babyhek voor de deur, en dat staat er nog steeds.

ILLU traphek
Joekel van een traphek. Zal ze leren. Dat van ons komt van BabyDan, kwaliteit dik ok, je kan uitbreiden en combineren zoveel je wil. Opvouwen en meenemen op autovakantie kan ook, lekker handig als je bijvoorbeeld een hacienda met zwembad huurt in de zomer.

Piemel! Piemel!

De uitdaging wordt met de tijd groter. Jasmijn is sinds haar tweede verjaardag erg geïnteresseerd in wat er zich allemaal op (en helaas ook in) die grote witte toiletpot afspeelt. Ik heb het al opgegeven om in haar bijzijn staand te plassen, want ze zou ongelukken doen om van dichtbij te zien hoe dat nu allemaal in z’n werk gaat. Dus gaat vake braaf zitten. Als ze zelf op het potje gaat, eist ze trouwens met een heel ernstig gezicht dat andere aanwezigen hun broek afsteken en eveneens op de pot gaan zitten. Als je dat niet doet roept ze heel hard ‘Piemel! Piemel! Vake piemel!’. Misschien dat we daar toch eens een dokter naar moeten laten kijken.

In een openbaar toilet is het nog erger. Die stresspuisten die jonge ouders hebben? Die zijn voor de helft van de panische angst dat hun kind aan de muur – of erger: de vloer! – zou likken terwijl het in een vunzig toilethok staat te wachten tot je klaar bent. Ik betaal altijd met plezier een toiletdame voor haar diensten, maar als ze er kortstondige kinderopvang bij zou nemen, mag ze gerust een nul achter haar prijs zetten.

De allergrootste stressfactor is echter: hoe lang moet je die schending van je fecale privacy verdragen? Mag de toiletdeur weer op slot wanneer ze pakweg zes zijn? Of achttien? Ik hoop alleszins nog van wat me-time te kunnen genieten voor ik negentig ben en zíj míjn kont moet komen vegen.

En toen droeg ze crocs

EN TOEN droeg ze Crocs. En die zijn er niet gekomen door mijn clichématige smakeloosheid of wreedaardige projectie van eigen verlangens, maar wel omdat papa en vake een paar lessen geleerd hebben over kinderschoenen.

Vijf harde – en niet-gesponsorde – waarheden over kinderschoeisel:

  1. Kinderschoenen zijn als konijntjes

Ze liggen daar in de winkel. Zo klein en schattig. En ééntje kan toch geen kwaad. Of twee. En voor je het weet zit je met een halve boerderij en bijhorende kater. De waarheid is dat de meeste van die schattige schoentjes, en zeker die van grote kledingmerken, helemaal niet geschikt zijn als eerste stapschoenen. Laat je dus net als ik lekker gaan bij Adidas en Nike, zeker in die hele kleine ultraschattige maatjes, maar zodra je kind echt aan het lopen gaat, moet je even ernstig worden.

  1. Sluit al maar een lening af

Voor een echt goed paar kinderschoenen betaal je minstens 100 euro. Ze zijn stevig, wendbaar, orthopedisch verantwoord, van onverwoestbaar leder. En ze gaan met wat geluk een halfjaar mee. Die ondingen die je ouders in de jaren tachtig of negentig met spuuglelijk brons hebben laten overgieten? Die dus. Laat je niet leiden door merknamen; van de meeste schoenfabrikanten in die afdeling heb je nog nooit gehoord.

  1. Meten is weten

Het bepalen van de schoenmaat van je kind doe je niet door er een schoen tegen te houden en er dan maar een gooi naar te doen. Leerde ik van mijn schoonmoeder, nadat ik er zelf een gooi naar had gedaan. Het veiligst, makkelijkst en sympathiekst is: langslopen bij je lokale schoenboer, daar door een ervaren verkoopster de voeten van je kind laten meten, en dan kiezen uit de wellicht beperkte voorraad. Heerlijk antifomomoment. Eens je de schoenmaat van je kind kent kan je je laten gaan op Zalando, maar weet dat er zeker bij die kleine voetjes veel rek op de pasmaten zit.

crocspijlen
Dat daar? Dikke vette Crocs. En goed ook.
  1. Hippe schoenen? Goed voor de koffiebar.

Je kind heeft idealiter één paar Schoenen Van Het Moment: de hierboven beschreven degelijke stappers, waarin het naar hartenlust kan groeien en stoeien. Al de rest zijn stoefschoenen. De hipstersneakers die je speciaal uit NY hebt laten overvliegen – samen met een identiek paar in je eigen maat – houd je voor wanneer je je kind aan vrienden showt in de koffiebar. Vooral doen ook: voor je het weet zijn ze zes en gaan ze dragen wat zij mooi vinden.

  1. Crocs zijn wél schoenen

Jani Kazaltzis draait zich om in zijn graf: ik ben een enorme fan van Crocs. Zou ze zelfs niet dragen als het de laatste schoenen op aarde waren, maar voor kinderen zijn ze weergaloos in comfort en gemak. Makkelijk aan en uit, vederlicht, lekker luchtig maar tot stevig, makkelijk schoon te maken, en je loopt er zo mee door de branding van de oceaan. Jasmijn draagt op zonvakantie bijna niks anders, tenzij we wat verder stappen en ze haar Schoenen Van Het Moment aan moet. Ik heb het nu niet over de doorgezakte, kauwgombalroze proletariërsklompen die Crocs lang waren. Wel over leuke hippe gele, in combinatie met een fleurig jurkje. Of het knalrode sandaalmodel onder haar eerste bikini. Ben nog geen enkel ander merk tegengekomen dat zo onverwoestbaar en euhm… mooi was. Sorry Jani.

Help, mijn peuter is sociaal!

EN TOEN kon je mijn piemel zien. Ik kon echt aan niks anders denken. We kenden elkaar ongeveer één minuut. Toch hielpen we elkaars nageslacht op en af de glijbaan in het publieke peuterzwembad van Schoten. Ik: witte bonenstaak, roze tepels, manboobs en een beginnend buikje, waardoor de elastiek van mijn Björn Borg-speedo steeds omplooide. Zij: mooie vrouw van midden twintig, Rubensiaanse rondingen onder haar bescheiden badpak. Haar man: uitvoerig betatoeëerde boom met een ringbaardje, net als ik duidelijk compleet verkrampt in zijn verplicht minuscule sportzwembroekje. Wie heeft die hele kutregel toch ook ooit uitgevonden?

Tegenwoordig zwaait Jasmijn naar alles en iedereen, en zelfs de diepdroevigste sociaal apathische outcasts van ’t Stad kunnen niet anders dan terugzwaaien.

We stonden tot net boven onze enkels in het water (nu ja: kinderpis, neem ik aan). We voelden ons alle drie zweterig en lelijk, tijdens het uitwisselen van beleefdheden als ‘Amai, die mannekes gaan goed slapen!’, ‘Maar wij ook hoor!’ en ‘Hahaha!’. Ooit hadden we nog liever hondentestikels gegeten dan daar in die horrorbroekjes met al onze vormen zichtbaar te staan. Maar hun tweeling en mijn Jasmijn renden gillend achter elkaar aan, en dus slikten we onze trots door. We zouden elkaar toch nooit meer terugzien. Tenminste, ik hén niet, maar zij mij duidelijk wel, want ze hadden al na drie minuten door dat ik niet de meest alledaagse job heb. Awkwardness overload.

Het is in de voorbije twee jaar sluipend gegaan. Vroeger zou ik zwijgend naar mijn telefoon gekeken hebben terwijl de kassier in de Colruyt mijn boodschappen van de ene kar naar de andere verstouwde. Vandaag liet hij Jasmijn met zijn barcode-pistool spelen, en lachten we samen een potje. Ook toen bleek dat de rekening 196 euro bedroeg (dank u, Pampers en Nestlé).

Ik heb jaren met mijn neus naar de grond rondgelopen in Antwerpen-Noord, meestal in de hoop dat de junks en weirdo’s me met rust zouden laten. Tegenwoordig zwaait Jasmijn naar alles en iedereen, en zelfs de diepdroevigste sociaal apathische outcasts van ’t Stad kunnen niet anders dan terugzwaaien, tandenloos glimlachend. Sommigen knopen een praatje aan. Eerst in de universele taal van lachen en handgebaren met haar, dan in hun gebroken Engels met mij.

Die vanzelfsprekende manier waarop een baby je opnieuw dichter bij je ouders en familie brengt. Of ervoor zorgt dat je op een doordeweekse middag met je schoonzus indiaangewijs door de keuken huppelt.

Het badkamerraampje van onze achterburen kijkt uit over ons terras. Voor Jasmijn er was wisselde ik hooguit eens een glimlach uit met het bejaarde vrouwtje dat haar hoofd er occasioneel door naar buiten steekt. Sinds Jasmijn gisteren een halfuur met haar brabbelde, weet ik dat ze Raymonde heet, en 89 is, en ongeveer elk huis in onze straat heeft weten bouwen. En dat ze bovenop haar wc moet gaan staan om haar hoofd ver genoeg uit het raampje te krijgen.

De tientallen onwaarschijnlijke contacten die ik heb overgehouden aan de hele adoptieprocedure. Spoorarbeiders, historici, floristen, moordrechercheurs. Zou ik zonder Jasmijn nooit ofte nimmer zijn tegengekomen, laat staan dat er wederzijdse appreciatie ontstaan zou zijn. De gemoedelijke sfeer die er heerst wanneer ik hier op de hoek van de straat met Jasmijn de apotheek binnenloop. De koetjes en kalfjes die je uitwisselt op de tram omdat mensen iets over je kind vragen. Die vanzelfsprekende manier waarop een baby je opnieuw dichter bij je ouders en familie brengt. Of ervoor zorgt dat je op een doordeweekse middag met je schoonzus indiaangewijs door de keuken huppelt, omdat je dochter dat hilarisch vindt.

En dan moet het wachten aan de schoolpoort met andere mama’s en papa’s nog komen, volgend jaar. En de ontmoeting met haar eerste lief, een paar weken later.

Het was altijd mijn ambitie om Jasmijn alles te tonen en door te geven wat mijn wereld haar te bieden heeft. Alleen had ik er geen rekening mee gehouden dat ze zo actief en zo gepassioneerd net hetzelfde zou doen. Ik verleg elke dag grenzen, omdat zij me dwingt. Ik voed mijn dochter op, en zij mij. En we hebben allebei nog genoeg te leren om daar de rest van ons leven zoet mee te zijn.

Opvoeden zonder apps? Niet doen.

EN TOEN kon ze swipen. Het duurde een jaar voor Jasmijn mijn Samsung eindelijk niet meer uitsluitend zag als een aangenaam afgerond ding om op te kwijlen en kauwen. Dat liet ik haar overigens niet echt doen, want zo’n zichzelf richting een meter tachtig celdelende baby en straling: die houd je best een eindje uit elkaar. Boerenverstand. Maar zodra ze begreep dat er een hele wereld van kleuren, pratende poesjes en K3 in dat malle apparaat zat, was het niet meer uit haar dagelijkse speelarsenaal weg te denken. ‘Boe, slechte vader!’ roept de goegemeente nu. Dikke onzin: dood aan de anti-technologielobby! Wie opvoedt zonder apps, slaat een deel van de leercurve over.

Spring hier rechtstreeks naar Jasmijns lijstje van favoriete apps.


Bestiale porno

Tenzij je in een commune woont of met een Daihatsu Move rijdt (of allebei, dan mag je dit artikel integraal overslaan), ziet je kind je al van in de wieg om de drie minuten je mail checken of de zoveelste babyfoto op Facebook zetten. Op school komt er vandaag al geen krijtje meer aan te pas, en stilaan wordt in het onderwijs en de meeste bedrijfstakken een goed evenwicht gevonden tussen zelf denken en googelen.

Kortom: of je dat nu leuk vindt of niet, digibeten worden wellicht geen eerste minister in 2050.

Dat hoeft allemaal zo erg niet te zijn. Ontwikkelingspsychologen zijn het erover eens (heb ik onthouden uit een debat met o.a. de befaamde kinderpsychiater Peter Adriaenssens in 2015) dat spelend leren op een tablet je kind alleen maar ten goede komt. Niet als je het zes uur lang naar bestiale porno laat surfen, wel als je het met de juiste apps gedoseerd laat experimenteren. Niet als je het op restaurant in een hoek parkeert met je telefoon, om niet gestoord te worden bij het derde digestief, maar wel als je samen op ontdekkingstocht gaat.

1995-move-11
Daihatsu Move (ware grootte)

Verliefd op een poes

Jasmijn vond het al vroeg grappig om naar filmpjes van zichzelf te kijken, of samen selfies te maken. Tegen de tijd dat ze anderhalf was kon ze door de foto’s op mijn smartphone swipen, en wist ze dat het goed nieuws was als er een pijltje verscheen, want als ze daarop duwde begon er een filmpje te spelen.

Daarna werd ze verliefd op de sprekende poes Talking Tom, die met een piepstemmetje alles herhaalt wat je zegt, en die je vooral ook tegen de grond kan meppen met een paar welgemikte vingerbewegingen. Gierende pret.

Als ik je een tip mag geven: koop die app effe voor die paar schamele euro’s, je uk kan nog niet like a boss reclame wegklikken zoals jij en ik.

Zesduizend pizza’s aub

Hoewel mijn man uitbater is van de grootste kinderzender van Vlaanderen, liet Jasmijn lineaire televisie al snel links liggen. Door samen op Youtube rond te klikken leerde ze zelf kiezen wat ze wou zien. Ze ontdekte door observatie dat ze mijn smartphone of iPad moest kantelen om beter te kunnen zien. En als het haar niet aanstond, wist ze dat ze op die ene zwarte knop onderaan moest duwen, zodat ze een andere app kon uitzoeken. Het werd een heerlijk spel van trial en error.

Uiteraard neem je je voorzorgen. Je zet je apparaat in vliegtuigmodus, zo kunnen er geen ongelukken gebeuren met je opgeslagen Visa-gegevens – voor je het weet heb je zesduizend pizza’s besteld. Je Ipad heeft een blokkeerstand (drie keer op de homeknop duwen) zodat je peuter niet meer uit de openstaande app geraakt. Je Samsung heeft een fantastische Kids-stand: je gsm wordt een kindertelefoon, met een eigen homescreen en een selectie aan aangepaste apps. Goed voor uren schadeloos ravotten.

2015-09-27 12.10.27
Zappen op tv? Dat doet ze door op te staan en over het scherm te vegen. Ik volg haar commando’s met de afstandsbediening, vanuit de sofa.

Hier vind je een lijstje van Jasmijns favoriete apps voor tablet en smartphone.

Een baby is geen enkelband

EN TOEN ging ze op reis. De meeste jonge vaders krijgen zweterige nachtmerries van de gedachte dat zij het ooit zouden zijn: die kerel met het krijsende kind, midden in de nacht, op een langeafstandsvlucht in een veel te krappe economy class. Maar bij Maarten, Jasmijn en mezelf bleek dat vliegen geweldig mee te vallen. Bovendien: kinderen tot twee jaar reizen gratis op je schoot mee, waar je ook heen gaat. Hun bagage ook. Niet op je schoot, maar wel gratis, bedoel ik. Reden genoeg om de wijde wereld in te trekken met je mini. Ik maakte de volgende fouten al in jouw plaats.

Spring hier meteen naar mijn Maniakale Inpaklijstjes.

Zoek uit of er op je bestemming een wasmachine staat. Als dat het geval is, neem dan bagage mee voor maximum één week, wat je reisduur ook is.

Inpakken en wegwezen

Een goeie voorbereiding is het halve werk. Wees realistisch. Vermijd stress en gedoe op de luchthaven, zodat je je in alle rust kan concentreren op je kind. Je kan alles doen zoals je het gewoon bent, maar minder geïmproviseerd. Je kan nog steeds met je baby gaan liften, maar er zal wel een kinderstoel mee moeten. Die stijl. Neem voor alles de tijd. Liever wat wachten en spelen, dan moeten rennen om je vlucht te halen. Gun jezelf bij overstappen en transfers genoeg speling; het is vakantie!

Met een baby wil je lichtgepakt reizen. Wij gingen met twee mannen en een heel klein vrouwtje (van anderhalf) een maand naar Argentinië met twee bescheiden reistassen, elk een kleine rugzak en een compacte kinderwagen. Stouw je geërfde Samsonites niet vol met je halve geboortelijst. Zoek uit of er op je bestemming een wasmachine staat. Als dat het geval is, neem dan bagage mee voor maximum één week, wat je reisduur ook is. Pak ook geen oorlogsvoorraden mee van dingen die je op vakantie kan kopen: luiers vind je zelfs in het kleinste boerengat, en indien niet kan je ’t altijd eens proberen met dezelfde bananenbladeren als de locals.

20160525_104229
De lifehack van het lichtgepakt reizen: een wasmachine en een Middellandse Zeebries.

Vliegtuigfaciliteiten

Gangpad of raam? Er is voor allebei iets te zeggen. Je moet regelmatig opstaan en kan alle ruimte gebruiken, dan is een stoel bij de gang handig. Maar om een knus hoekje met niet teveel afleiding te creëren waarin je baby misschien een uiltje wil vangen, is een raamplekje veiliger. Ook handig om weten: alle vliegtuigen hebben minstens één toilet met uitklapbare babyverschoningstafel. Indien niet mag je je baby vast even verluieren in de cockpit, gewoon vragen.

Bij het opstijgen en landen gaat je kind op schoot, met zijn of haar rug tegen je buik. Je krijgt van het boordpersoneel een rode veiligheidsriem die aansluit op de jouwe. Laat je baby tijdens het klimmen of dalen zoveel mogelijk drinken of eten, dan voorkom je al veel van de oorpijn. Rustgevend praten of een liedje neuriën tijdens de enge stukken van takeoff of touchdown helpt ook.

Inflight entertainment

Vergeet de illusie dat je met je kind kan rondwandelen op het vliegtuig. Zelfs in een groot toestel is dat een lastig gedoe. Het entertainment op je stoel – die je deelt met je kind – is dus van levensbelang. Als je nog geen tablet hebt: kopen of lenen, en er een shitload aan leuke apps op zetten voor de mini én voor jezelf. Tijdens de vlucht moet je niet opvoeden: als je een uur kan doden met Pingu op repeat, hoef je je daar niet schuldig over te voelen. Vul de helft van je rugzak met populaire speeltjes. Voor een lange vlucht kan je ook iets nieuws kopen, dat je kleintje op een lastig moment tijdens de reis uitpakt en ontdekt: weer een halfuur dood.

Het belangrijkste entertainment voor je kind ben je zelf. Dit is geen vlucht waarop je rustig de krant kan lezen. Met een spelletje kiekeboe, samen uit het raam kijken, gekke liedjes zingen of gewoon gezellig knuffelen ben je algauw een kwartier verder. Een verhouding van twee volwassenen voor één kind is wenselijk. Ik heb ooit in mijn eentje acht uur lang op een TGV gezeten met Jasmijn, en dat was niet onaangenaam, maar als je naar het toilet moet, moeten je baby én al je waardevolle spullen mee. Dat kakt niet meteen lekker. Als je af en toe eens kan wisselen van wacht, dan kan die krant misschien toch nog, en een uurtje slaap of zelf een film kijken misschien ook.

De kans dat je baby de hele vlucht slaapt is bijzonder klein. Als je die waanidee op voorhand opgeeft bespaar je jezelf een hoop frustratie. Maar je kan het wel proberen. Houd je zo goed je kan aan het slaapritueel van thuis: flesje drinken (flesvoeding mag mee in je handbagage, ook vloeibare), tandjes poetsen, slaapzak aan, nog een Bumba of een Uki kijken, en dan in de armen van papa indommelen. Het lukte ons met veel moeite uiteindelijk telkens minstens voor een paar uur. Als het niet lukt: loslaten, en desnoods tien uur lang spelletjes blijven verzinnen. Fingers crossed.

Blijven lachen

Het helpt ook om een kindvriendelijke maatschappij te kiezen voor je vlucht. Niet dat er uitbaters bestaan die je baby door hun vacuümtoilet proberen te duwen, maar er zijn er die een betere reputatie hebben dan andere.

Voor korte Europese vluchten viel Ryanair beter mee dan je zou denken. Je baby reist niet alleen gratis maar mag ook twee stukken bagage meenemen, autostoelen en kinderwagens inbegrepen. Aan boord moet je zoals steeds je plan trekken, maar de crew was steeds erg vriendelijk. Bij Jetair werd Jasmijn van begin tot eind in de watten gelegd, en werd ons spontaan een andere zitrij aangebonden omdat daar nog lege stoelen waren. Ook Brussels Airlines heeft een erg goeie reputatie wat kindvriendelijkheid betreft, maar daar hebben we zelf nog geen ervaring mee.

Voor transatlantische vluchten vonden mijn man en ik KLM Royal Dutch Airlines erg aangenaam. Schiphol is niet ver met de trein. Je krijgt voorrang bij het inchecken en instappen. Baby’s tot een jaar krijgen een wiegje om in te slapen. Hoewel er op onze vlucht dertig (!) kleine kindjes zaten, werkte het personeel zich uit de naad om flesjes op te warmen, koekjes en sapjes rond te dragen, en af en toe eens breed lachend te komen kietelen. De baby. Mij niet, helaas. Het helpt wellicht bij elke airline als je zelf ook vriendelijk bent, trouwens. En bij het uitstappen kwam er een steward achter ons aan gelopen met een zelfgemaakt vliegbrevet voor Jasmijn, dat ons tot tranen toe ontroerd heeft.

vliegbrevet
Het is geen levenslange free boarding pass, maar toch ook lief.

Tips en tricks voor efficiënt inpakken als je op reis gaat met je mini? Ziehier de checklist!